Offerte aanvragen

Winkel of kantoor in je appartementsgebouw: welk EPC is nodig?

Veel appartementsgebouwen hebben een winkel, kantoor of praktijk op het gelijkvloers. Voor die niet-residentiële eenheden gelden eigen EPC-regels, naast het EPC van de gemeenschappelijke delen. We zetten op een rij wat je als VME, syndicus of eigenaar moet weten.

Winkel of kantoor op het gelijkvloers van een appartementsgebouw

Begin bij het EPC van de gemeenschappelijke delen

Elk appartementsgebouw met minstens twee wooneenheden moet een EPC van de gemeenschappelijke delen hebben, los van verkoop of verhuur. Alleen voor nieuwbouw geldt een uitstel: daar moet het EPC er uiterlijk 10 jaar en 1 maand na de vergunning zijn.

Dat EPC gaat over alles wat de eigenaars samen beheren: daken, gevels, vloeren, de traphal en de collectieve installaties. De gegevens worden automatisch gebruikt voor de EPC’s van de eenheden in het gebouw, ook voor een winkel of kantoor. Laat dus eerst het EPC van de gemeenschappelijke delen opmaken en pas daarna de EPC’s van de eenheden.

Het VEKA controleert steekproefsgewijs. Ontbreekt het EPC, dan kan de VME een boete krijgen van 500 tot 5.000 euro, en ook na betaling moet het EPC alsnog opgemaakt worden.

Klein of groot: EPC kNR of EPC NR

Voor een eenheid die niet bestemd is om te wonen, hangt het EPC af van de grootte:

  • Kleine niet-residentiële eenheid (EPC kNR): bijvoorbeeld een handelszaak, horeca, klein kantoor of praktijk van maximaal 500 m². Het aaneengesloten geheel van niet-residentiële eenheden in hetzelfde gebouw mag niet groter zijn dan 1000 m².
  • Grote niet-residentiële eenheid (EPC NR): alles wat niet aan die voorwaarden voldoet.

In de meeste appartementsgebouwen gaat het dus om een EPC kNR. Dat lijkt qua opmaak sterk op het EPC van een appartement.

Wanneer moet het EPC er zijn?

Kleine eenheden (kNR): wie de eenheid verkoopt, verhuurt of overdraagt, moet een geldig EPC hebben op het moment dat ze te koop of te huur wordt aangeboden. Een aantal gegevens uit het EPC moet ook in de advertentie staan. Vanaf 2030 moet elke kleine niet-residentiële eenheid sowieso een EPC hebben, ook zonder verkoop of verhuur. Er geldt dan een minimaal label: in een gebouw met meerdere eenheden is dat label D in 2030 en label C vanaf 2035.

Grote eenheden (NR): sinds 2026 moet elke grote niet-residentiële eenheid een EPC NR hebben. Vanaf 2030 geldt een minimaal label E.

Geldigheid in één oogopslag

CertificaatVoor wieGeldigOpgemaakt door
EPC gemeenschappelijke delenElk appartementsgebouw met minstens 2 wooneenhedenMax. 10 jaarEnergiedeskundige type A
EPC kNRKleine winkel, kantoor of praktijk (max. 500 m²)Max. 10 jaarEnergiedeskundige type A
EPC NRGrote niet-residentiële eenheidMax. 5 jaarEnergiedeskundige type D

Het EPC van de gemeenschappelijke delen moet sneller vernieuwd worden als minstens 15% van de gebouwschil vervangen of geïsoleerd wordt, of als collectieve installaties zoals de verwarming of ventilatie vervangen worden.

Wat betekent dit voor je VME?

Het EPC van een winkel of kantoor is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van die eenheid. Maar of die eenheid in 2030 het vereiste label haalt, hangt ook af van wat de VME samen beslist: de isolatie van gevel en dak, de ramen in de gemene delen en de collectieve stookplaats.

Daarom nemen we de niet-residentiële eenheden mee in het renovatiemasterplan. Zo weet iedereen in het gebouw welke werken wanneer nodig zijn, en wie wat betaalt. Trema maakt het EPC van de gemeenschappelijke delen op en begeleidt de VME van meting tot uitvoering.

Bron: Vlaanderen.be, EPC van de Gemeenschappelijke Delen, EPC kNR en EPC NR (geraadpleegd oktober 2026).

Vorig artikel Klimaatneutraliteit tegen 2050: een streefdoel van Europa waar Trema aan meewerkt
Alle nieuwsberichten

Hulp of advies nodig voor jouw appartementsgebouw?

Onze ingenieurs ondersteunen syndici, raden van mede-eigendom en gebouweigenaars.

Plan een adviesgesprek